De Aziatische hoornaar is herkenbaar aan de zwarte bovenkant van kop en borststuk. Bij de Europese hoornaar zie je daar oranje en rode vlekken.
Ook heeft de Aziatische hoornaar opvallende lichtgele voeten. De poten van de Europese hoornaar zijn helemaal donker roodbruin

Werksters en mannetjes  blijven in de herfst nog zoeken naar voedsel maar hebben geen werk meer. Ze overleven de winter niet.

De koninginnen zoeken laat in de herfst een warm plekje in een holle boom of onder schors. Daar wachten ze tot het  het voorjaar, en verlaten de schuilplaats wanneer het warm genoeg is.

Elke koningin zoekt in het voorjaar een veilig plekje om een voorjaarsnest te bouwen. Ze moet alles zelf doen: hout knagen van dode takken, metselen met gekauwde houtpulp en eieren leggen. Ze verzorgt de eerste larven tot ze verpoppen.

Als de eerste werksters uit de pop gekomen zijn helpen ze de koningin met het bouwen van het voorjaarsnest. De koningin hoeft uiteindelijk alleen nog maar eieren te leggen.

Zodra de ruimte van het voorjaarsnest te krap wordt verhuist het hele volk naar een plekje hoog in een boom. Daar wordt een groot zomernest gebouwd tussen de takken.

Werksters van de Aziatische hoornaar zoeken voedsel voor de larven. Ze zweven vaak vlak bij de opening van een bijenkast om honingbijen te overvallen. Onze honingbijen herkennen deze donkere wespen niet als vijand.

De hoornaar gaat daarna ergens aan haar achterpoten hangen om de bij leeg te eten. Het zachte vlees van de honingbij neemt ze mee naar het nest.

Het zomernest wordt in de zomermaanden steeds groter. Er kunnen duizenden werksters in leven, die elk hun taak hebben. Sommige halen houtpulp en metselen aan de buitenkant of aan de raten, andere halen voedsel voor de larven.

 

In de uitsnede op de tekening zie je hoe raten in het nest liggen en hoeveel cellen er ongeveer in een raat kunnen zitten. Er zijn bij wespen geen cellen met honing. In elke cel groeit een jonge wesp op.

Net als bij een bijenvolk legt de koningin eieren in de cellen van een raat. De larven krijgen voedsel van de werksters en verpoppen zich uiteindelijk. Ze spinnen dan een cocon van zijde.

Laat in de zomer zijn er alleen nog larven van nieuwe koninginnen en mannetjes in de raten.

In de herfst paren de jonge koninginnen met de mannetjes. Dat gebeurt meestal al in het nest. Daarna verlaten de koninginnen het nest.